Albert Adama
(Paramaribo, 7-2-1938 – Leidschendam, 16-4-2026)
energiedeskundige en schrijver/dichter

Op 16 april jl. bereikte mij het droevige bericht dat Albert Wilhelm David Adama het aardse leven heeft verlaten. Ik leerde Albert — zoals ik hem als vriend, met alle respect, zal blijven noemen — enkele decennia geleden kennen in sociëteit De Waterkant in Den Haag. Hij was daar een gezien lid en vervulde een leidende rol bij het organiseren van lezingen en andere culturele en wetenschappelijke manifestaties. Zijn aimabele optreden viel onmiddellijk op, evenals de oprechte glimlach waarmee hij iedereen benaderde en het feit dat hij zich nooit van een onvertogen woord bediende.

Pas in de beginjaren van de eenentwintigste eeuw groeide er tussen ons een hechte vriendschap in de Buitensociëteit Het Park. Wanneer hij in Suriname verbleef, was hij daar een vaste gast. Waar hij precies woonde, bleef enigszins in nevelen gehuld, aangezien hij vrijwel overal ter wereld had gewerkt. Hij beschouwde zichzelf als een kosmopoliet, die zich met evenveel gemak thuis voelde in Frankrijk als in Afrika.

Albert werd geboren in Suriname, in het tweede kwart van de twintigste eeuw. In zijn jeugd woonde hij enige tijd op Curaçao, waarna hij terugkeerde naar zijn geboorteland. Na het behalen van zijn AMS-diploma vertrok hij naar Nederland, waar hij met succes zijn studie aan de Technische Universiteit Delft afrondde.

Vervolgens zette hij zijn studie voort in de Verenigde Staten, waar hij aan de University of California (Santa Barbara) zijn PhD-graad behaalde. Hij verwierf daar een diepgaande expertise op het gebied van energie, met een bijzondere focus op de olie- en gassector. Nadien volgde hij diverse postacademische opleidingen in onder meer Brussel, Parijs, Londen en de Verenigde Staten, op het gebied van management, organisatie, informatietechnologie en nucleaire energietechnologie.

Van 1967 tot 1968 was hij werkzaam in Nigeria, waar hij tevens als professor verbonden was aan de Universiteit van Nsukka.

Vanaf 1981 vestigde hij zich als onafhankelijk consultant op het terrein van energie, informatietechnologie en aanverwante disciplines. Hij publiceerde daarnaast verschillende internationale artikelen, met name over energievraagstukken. Recent nog, op 22 oktober 2024, verscheen van zijn hand op Starnieuws een artikel over de ontwikkeling van het Gran Morgu-olieveld en het welvaartsfonds.

Niet lang geleden was hij in Suriname actief als consultant en trad hij op als co-auteur van onder meer de nieuwe Elektriciteitswet, de Energieautoriteit Suriname en de Terms of Reference van het sectorplan.

Bij de introductie van een van zijn lezingen in de B.S. Het Park verzocht hij mij te benadrukken dat het belangrijkste in zijn leven was dat hij overal ter wereld vele genoeglijke uren had doorgebracht in het gezelschap van saillante persoonlijkheden. Deze levenshouding bracht hem ertoe zijn wederwaardigheden op schrift te stellen in de vorm van een boek, dat in 2019 verscheen onder de titel En toen was het even stil.

Met deze roman vestigde Albert tevens zijn naam als literair auteur en dichter — een kant van hem die ten onrechte onderbelicht is gebleven. Hij heeft de Surinaamse letteren verrijkt met zowel proza als poëzie. Zijn werk getuigt van een spiritueel-filosofische visie, waarin ook zijn fijnzinnige gevoel voor humor doorklinkt.

Een bijzonder treffend verhaal dat zich in Suriname afspeelt, is Blaka Perka (Zwarte Parel), waarin het thema van de vergankelijkheid centraal staat: “Haar oude botten werden aangenaam gestreeld door de bleke zonnestralen die door het bladerdek vielen. Anda — Blaka Perka was de bijnaam die zij van de mensen op de plantage had gekregen — rekte zich, ondanks de pijn, een beetje uit en genoot van de warmte.

Het zal sommigen wellicht verbazen dat Albert, die het grootste deel van zijn leven buiten zijn geboorteland heeft doorgebracht en uiterlijk eerder aan een Europeaan deed denken, een groot kenner was van de Afro-Surinaamse cultuur en het Sranan volledig beheerste. Onze gesprekken verliepen vaak in het Sranan, en hij genoot zichtbaar wanneer ik — tevergeefs — probeerde zijn taalvaardigheid te evenaren.

Hoewel hij van huis uit christelijk was opgevoed, kan Albert het best worden omschreven als een vrijdenker. Sommigen zouden hem een atheïst noemen; voor mij bleef hij bovenal een spiritueel mens.

Zijn beheersing van het Sranan en zijn spiritualiteit komen treffend tot uitdrukking in het volgende vers:
Pe
Pe mi sa kanti mi hede
Pe mi sa sribi de bun
Pe mi mama e go kari mi
Mi boi, a sari, didon.

Waarde vriend Albert,
Je hebt jouw leven geleefd zoals jij dat wilde — in het gezelschap van markante mensen — en je hebt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de (energetische) ontwikkeling van vele landen, waaronder ons geliefd Mama Sranan.

Moge jouw ziel de eeuwige vrede ten deel vallen.

Carlo Jadnanansing