Drie Assembleeleden (VHP) hebben vandaag een interpellatieverzoek ingediend over de recente internationale schuldoperaties van Suriname. Het gaat om financiële transacties die betrekking hebben op ruim USD 1,8 miljard aan staatsleningen. Asis Gajadien, Chuan Wang en Cedric van Samson willen de regering interpelleren over de staatsobligaties die zijn aangegaan. Het parlement moet nog besluiten of het verzoek wordt goedgekeurd. Pas daarna kan de regering worden opgeroepen om uitleg te geven in De Nationale Assemblee.

De parlementariërs willen dat de president en de minister van Financiën en Planning het parlement volledig informeren over de internationale obligaties die in november 2025 zijn uitgegeven ter waarde van USD 1,575 miljard. Deze obligaties bestonden uit USD 525 miljoen aan 7,70% Notes 2030 en USD 1,05 miljard aan 8,50% Notes 2035. Volgens de indieners was de uitgifte bedoeld om de schuldpositie van de staat te stabiliseren en eerdere schulden, waaronder de 7,95% Cash/PIK Notes 2033, af te wikkelen en het zogenoemde Value Recovery Instrument (VRI) te beëindigen.

Uit internationale publicaties blijkt echter dat slechts ongeveer 60,5 procent van deze obligaties werd aangeboden en geaccepteerd in de tenderoperatie. Daardoor zou nog circa USD 274 miljoen van deze schuld uitstaan.Daarnaast vond op 26 februari 2026 nog een nieuwe operatie plaats, waarbij USD 265 miljoen extra werd opgehaald via een uitbreiding van de bestaande 8,50% Notes 2035. De indieners stellen dat deze schuldoperaties leiden tot jaarlijkse rentelasten van naar schatting ongeveer USD 152 miljoen, exclusief andere verplichtingen van de staat.

Volgens de parlementariërs heeft De Nationale Assemblee vooraf geen volledige en geactualiseerde schuldanalyse, kasstroomprojecties of risico-inschatting ontvangen. Daardoor zou het parlement niet volledig in staat zijn geweest zijn budgetrecht en controlerende taak uit te oefenen.

Met het interpellatieverzoek willen de indieners dat de regering onder meer duidelijkheid geeft over de afwikkeling van de oude obligaties, de beëindiging van het VRI, de bestemming van de nieuwe lening van USD 265 miljoen, de actuele staatsschuld en schuld/BBP-ratio, en de kosten van internationale adviseurs en banken die bij de transacties betrokken waren.