Antoinette Djoeneri (links) en Santusha Bhaggoe bespreken de maatregelen die getroffen worden om verdere verspreiding van de 'heksenbezem' te voorkomen.
Suriname moet alert blijven als het gaat om de Cassava Witches’ Broom Disease (CWBD), ook wel bekend als heksenbezem. Cassave is niet alleen een basisvoedsel, maar ook een belangrijke inkomstenbron voor bepaalde leefgemeenschappen in ons land. Het is daarom essentieel dat alle belanghebbenden samenwerken om de gevolgen van deze ziekte tegen te gaan.

Dit zegt Antoinette Djoeneri, hoofd van de afdeling Mycologie/Bacteriologie van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). “Het gaat niet alleen om LVV. We hebben iedereen nodig. En het gaat niet alleen om Suriname; ook regionaal hebben we elkaar nodig om deze ziekte aan te pakken.” Djoeneri benadrukt dat landbouwers moeten overgaan tot gewasdiversificatie, zodat geïsoleerde gebieden verzekerd kunnen blijven van hun voedselvoorziening.

Een door heksenbezem getroffen plant.

‘Heksenbezem’ wordt veroorzaakt door een schimmel. Tot op dit moment is er geen bestrijdingsmiddel bekend tegen deze plantenziekte. Er is geen fungicide (chemisch bestrijdingsmiddel) beschikbaar dat effectief werkt tegen de schimmel. Ook in Brazilië, Frans-Guyana en Colombia wordt naarstig gezocht naar een oplossing, maar vooralsnog zonder resultaat. Indien een aanplant besmet is met ‘heksenbezem’, kan dit grote impact hebben op het inkomen van producenten die actief zijn in de verwerking, zoals mensen die chips of cassavebrood maken. Daarnaast is cassave een basisvoedsel voor leefgemeenschappen in Brokopondo, Marowijne en Sipaliwini.

Volgens Djoeneri kunnen de gevolgen ernstig zijn wanneer de cassave-aanplant in deze districten wordt aangetast, mede omdat deze gebieden geïsoleerd zijn. De voedselzekerheid komt dan in gevaar. Het is daarom van groot belang dat verspreiding van deze plantenziekte zoveel mogelijk wordt voorkomen. Daarnaast is het belangrijk om uit te kijken naar resistente cassavevariëteiten. “De planten op plekken waar de aanplant volledig is aangetast, moeten worden vernietigd, want je wilt de verspreiding beperken. Anders wordt het een infectiehaard. Er zijn ook plaatsen waar ‘heksenbezem’ niet voorkomt en we moeten proberen de ziekte daarbuiten te houden, zodat we de lokale variëteiten niet verliezen,” zegt de LVV-functionaris.

Stuntgroei en overmatige vertakking zijn enkele kenmerken van heksenbezem. 

Als een landbouwer zeker weet dat zijn aanplant besmet is, moet hij de aangetaste planten verwijderen en bij voorkeur verbranden, zegt Santusha Bhaggoe, senior onderzoeker van de afdeling Mycologie/Bacteriologie van LVV. Het verbranden van besmette planten en plantmateriaal, kan verdere verspreiding helpen voorkomen. “Als je het ergens ophoopt, kunnen de sporen alsnog worden verspreid door insecten en blijft de ziekte aanwezig. Ook kan het stekmateriaal verder uitlopen, waardoor je opnieuw een geïnfecteerde plant krijgt”.

De eerste melding van symptomen van CWBD dateert van augustus 2025. Sindsdien heeft LVV samen met het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) en CELOS, activiteiten opgezet waaronder het verstrekken van voorlichtingsmateriaal zoals brochures en video’s. Landbouwers die symptomen van CWBD in het veld waarnemen, kunnen dit melden bij een van de dichtstbijzijnde ressortkantoren van LVV of RO. De technische medewerkers van beide ministeries zijn getraind om in dergelijke gevallen de juiste begeleiding te bieden. Zij informeren telers over de te nemen beheersmaatregelen, hoe besmette aanplant moet worden vernietigd en wat zij kunnen verwachten in het vervolgtraject.