Coco Duivenvoorde, directeur van Villa Zapakara.
Met een lezing van literatuurwetenschapper Thalia Ostendorf over Bea Vianen is vrijdag het SABI Literatuurfestival 2026 geopend. De bijeenkomst vond plaats in de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. 

Directeur Coco Duivenvoorde van Villa Zapakara gaf eerst een heldere uiteenzetting over het leesbevorderingsproject dat in de afgelopen periode samen met Skrifi is uitgevoerd. Zo was er onder meer een leestour voor kinderen in Paramaribo en in de districten Marowijne, Sipaliwini, Brokopondo, Saramacca, Coronie en Nickerie, evenals een kinderboekenfestival.

In haar lezing gaf Ostendorf aan dat Vianen de twijfelachtige eer heeft om de eerste Surinaamse vrouw te zijn van wie werk bij een Nederlandse uitgeverij verscheen. “Twijfelachtig, omdat dit pas in 1969 was en omdat de maatstaf voor deze Surinaamse schrijfster (uit de diaspora) dan Nederlands blijft.” Op één na spelen al haar romans zich af in Suriname. In al haar romans komt de multiculturaliteit van Suriname, en een enkele keer die van Nederland, naar voren — juist ook op de plekken waar die knelt en levens beïnvloedt. Het perspectief verschilt echter per boek.

In Sarnami hai (1969) is het het tienermeisje Sita dat zich door haar omstandigheden gevangen weet. In Strafhok (1970) wordt dit op scherp gezet door de politieke situatie in het verhaal, waarbij een staking van ambtenaren laat zien hoe sommigen nooit en anderen bij voorbaat schuldig worden bevonden (en gestraft). In Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972) gaat het om jongens op een internaat in de stad, die zijn overgeleverd aan mevrouw Kooi, die de school runt. In Het paradijs van Oranje (1973) staat de – als mislukt te typeren – migratie naar Nederland centraal. Het hoofdpersonage is op zijn eigen manier gevangen in zijn keuze om naar Nederland te gaan en schrijver te worden. Zijn omstandigheden en die van zijn vrienden zijn deprimerend; enkelen keren terug naar Suriname. Nederland blijkt niet het beloofde paradijs. In Geen onderdelen (1979) staat de spanning tussen moslims en hindoes centraal in de straat waar een recent uit Nederland teruggekeerde Surinaamse schrijfster woont. Naast multiculturaliteit en etnische spanningen komen ook vrijheid en onvrijheid aan bod, in de manier waarop mensen keuzes maken of daartoe worden gedwongen.

In het tweede deel van de lezing ging Ostendorf in op het onderzoek dat zij verricht voor de biografie waaraan zij werkt over Vianen. Van Vianen is geen schrijversarchief bewaard gebleven; stukken van en over haar liggen verspreid en zijn schaars. Het vinden en interviewen van mensen die haar hebben gekend, vooral in Suriname, vormt momenteel de kern van het onderzoek. Uit de reacties bleek dat het publiek had genoten. Enkele aanwezigen gaven aan te hopen dat er in de toekomst meer lezingen zullen volgen.

Het SABI Literatuurfestival 2026 moet uitgroeien tot een podium dat de verschillende facetten van de Surinaamse literatuur samenbrengt: een plek waar het publiek zich kan verdiepen in onze literatuur, waar makers met elkaar in gesprek gaan en waar zij worden uitgedaagd buiten hun comfortzone te treden. Het is een meerdaags festival, gewijd aan de rijkdom en vernieuwing van de Surinaamse literatuur. Tijdens het festival staan schrijvers, muzikanten en andere makers centraal die de literatuur hebben gevormd én blijven vernieuwen.

Het programma van de eerste editie omvat naast de lezing over Bea Vianen ook een muzikale lezing van Xillan Macrooy. De locaties zijn Souposo, Spice Quest en de Anton de Kom-bibliotheek. Het festival wordt georganiseerd door Stichting Skrifi, met ondersteuning van het Nederlands Letterenfonds.