Op 25 februari 1980 werd Suriname beroofd van zijn democratisch fundament. De militaire coup van de sergeanten bracht niet alleen een regime van angst, maar ook een golf van mensenrechtenschendingen die tot vandaag diepe littekens achterlaten. Die dag werd minister-president Henck Arron samen met zijn politieke partij NPS en de overige NPK-partners met geweld verjaagd en later in detentie geplaatst, samen met andere prominenten van de NPS. Daarmee werd de vreedzaam gekozen regering letterlijk uit het machtscentrum gesleurd.

Niet alleen de vijftien intellectuelen van de Decembermoorden zijn slachtoffers. Ook militairen en politiemannen die hun eed aan de Grondwet trouw bleven, werden het zwijgen opgelegd. Tijdens het uitoefenen van hun grondwettelijke taak zijn majoor Comvalius, eerste luitenant Van Aalst en politieagent Sultan op 25 februari doodgeschoten. Zij verdienen een standbeeld, omdat zij met hun leven betaalden voor trouw aan de democratie en de rechtsstaat.

De rechtsstaat werd verwoest doordat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ondermijnd en de vrijheid van meningsuiting werd vernietigd, doordat journalisten en vakbondsleiders letterlijk monddood werden gemaakt. Suriname raakte internationaal geïsoleerd doordat het vertrouwen van buurlanden en partners verloren ging.

De jaren na februari 1980 waren ellendig: moreel, economisch, financieel en maatschappelijk werd Suriname verzwakt en gedegradeerd tot een parialand, een natie die haar glans verloor door onderdrukking en wanbeleid. Maar het volk hield vast aan hoop. In november 1987 wezen de Surinamers hun onderdrukkers af en kozen opnieuw voor democratie.

In de democratische traditie is er één principe dat nooit ter discussie mag staan: de vreedzame overdracht van macht. Het met geweld verjagen van een gekozen regering kan en mag nooit worden gezien als een democratische daad. Integendeel, het is een fundamentele ontkenning van de wil van het volk en een directe aanval op de kern van het democratisch denken.

Een handjevol blinde volgelingen zal de staatsgreep herdenken en romantiseren, niet beseffend hoeveel ellende sindsdien is veroorzaakt — een macabere dans die plaatsvindt op de graven van vrijheid en recht.

Na 46 jaar is onomstotelijk gebleken dat de coupplegers en hun handlangers niet het volk hebben gediend, maar zichzelf hebben verrijkt — onder het holle vaandel van “voor het volk werken”.

Stichting 8 december 1982
Sunil Oemrawsingh
Voorzitter