Het wegvallen van sopropo bij de export is een enorme aderlating voor de landbouwsector.
De export van landbouwproducten uit Suriname kampt met ernstige problemen die de sector op de rand van een crisis brengen. Waar in 2018 nog gemiddeld 65 ton groenten per maand werd geëxporteerd, is dat volume inmiddels teruggevallen tot slechts 15 ton. Tegelijkertijd is het aantal actieve exporteurs gedaald van 13 naar 7. Deze scherpe daling legt ernstige tekortkomingen bloot in de organisatie van de exportketen.

VEAPS-voorzitter Ram Soeknandan zegt dat het wegvallen van de export van sopropo sinds 2019 een belangrijke aderlating is. Ofschoon sinds 2016 bekend was dat de Europese Unie maatregelen zou treffen en daar ruimschoots landen de gelegenheid had gegeven om zaken op orde te stellen is Suriname in gebreke gebleven. Landen als Mexico en Santo Domingo waarvan de export ook was stopgezet, zijn inmiddels weer op de markt. Alleen Suriname ontbreekt. 

Soeknandan wijst er op dat 40% van de export sopropo was. "We gaan niet meer kunnen concurreren op de markt met sopropo." Toch ziet hij graag dat de beleidsmakers er werk van maken om de export van sopropo weer mogelijk te maken. 

"In alle politieke partijprogramma's staat hoe ze landbouw gaan stimuleren, maar eenmaal daar zijn ze dat vergeten en doen ze hun best om niet samen te werken met wetenschappelijke organisaties."

Wat extra steekt is volgens Soeknandan dat ofschoon exporteurs geen sopropo's mogen exporteren, deze wel gewoon met de pakkettendienst wordt verstuurd naar familie en vrienden. 

Exporteur Bhiesnoe Gopal van Gopex NV, met 27 jaar ervaring in de sector, wijst op de misstanden in de productielijn van de sector die deze terugval veroorzaken. Zo zijn er exporteurs die producten exporteren zonder zelf te planten of met verkeerde veldgegevens, terwijl de controle-instantie NPPO hiervan op de hoogte is. Dit leidt ertoe dat bonafide exporteurs worden benadeeld doordat hun ladingen vermengd raken met die van malafide concurrenten.

Daarnaast is er een chronisch tekort aan inspecteurs, waardoor veldinspecties afhankelijk zijn van de willekeur van individuele controleurs. Dit schept onzekerheid en schaadt de betrouwbaarheid van het exportproces.

Hoewel de controle bij de packinghouses en tijdens de Vito-inspectie goed functioneert, ontstaan er problemen bij het invullen van het Enig Document (ED). Waar voorheen wijzigingen flexibel verwerkt konden worden, vereist de douane op Zanderij nu een ED dat exact overeenkomt met de geleverde lading. Dit leidt tot vertragingen en administratieve rompslomp, vooral wanneer niet alle gecontracteerde hoeveelheden worden geleverd.

Ook de logistieke afhandeling schiet tekort, zeggen Gopal en Soeknandan. Na het wegen blijven producten vaak lange tijd buiten de gekoelde opslag van SAC (Surinam Air Cargo) liggen, mede door het gebrek aan bereidwilligheid om de 500 meter naar de koelcellen te lopen. Dit terwijl ladingen voor 11 uur ’s ochtends moeten worden aangeleverd, terwijl vluchten pas uren later vertrekken. Het ontbreken van een koelcel nabij de weegbrug verergert dit probleem, ondanks ISO 9001-certificering van SAC.

Verpakkingsvoorschriften zorgen voor extra problemen: groenten mogen bijvoorbeeld niet worden verpakt met Surpost-pakketten, omdat de douanescanner hiervan vaak een alarm geeft. Dit leidt tot vertragingen van twee dagen, waardoor verse producten vaak onbruikbaar raken.

De financiële risico’s zijn groot, maar exporteurs staan er vaak alleen voor. Verzekeringsclaims lopen spaak doordat vertegenwoordigers van transportmaatschappijen niet in Suriname aanwezig zijn, waardoor schade vaak ongedekt blijft. Gopal kiest daarom steeds vaker voor KLM als vervoerder, vanwege minder vertraging en een iets lager risico.

De gevolgen van deze gebrekkige ketenorganisatie zijn desastreus: de export daalt sterk, de productkwaliteit lijdt onder inefficiënte processen en de reputatie van Surinaamse landbouwproducten staat onder druk. Zolang deze problemen niet worden aangepakt, zal de sector verder krimpen en marktaandeel verliezen.

Ook de Federatie van Surinaamse Agrariërs (FSA) signaleert een verslechterende situatie. Volgens de FSA ligt de productie en export onder zware druk en zijn structurele maatregelen dringend nodig. De FSA wijst op het stilvallen van belangrijke instituten zoals het Nationaal Voedselveiligheidsinstituut, de noodzaak om bestaande wet- en regelgeving strikt toe te passen, en het belang van autonome, professionele sectorinstituten zonder overmatige politieke bemoeienis. Deze punten onderstrepen de urgentie van de signalen die ook door exporteurs zoals Gopal worden afgegeven.