Het Openbaar Ministerie (OM) heeft De Nationale Assemblee (DNA) gevraagd om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen. Het gaat om Gillmore Hoefdraad, Riad Nurmohamed en Bronto Somohardjo. De vorderingen zijn op 9 maart 2026 ingediend door de procureur-generaal bij het Hof van Justitie.  Assembleevoorzitter Ashwin Adhin gaat donderdag deze kwestie behandelen. Vandaag is er een fractieleidersoverleg gehouden. 

Volgens het OM is er op basis van strafrechtelijk onderzoek voldoende aanleiding om de drie voormalige politieke ambtsdragers te laten vervolgen. Op grond van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers moet DNA eerst beslissen of zij daarvoor toestemming geeft.

Hoefdraad: verdenkingen rond staatsfinanciën
In de zaak tegen voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad gaat het volgens het onderzoek om mogelijke onregelmatigheden rond staatsmiddelen en het beheer van gelden bij de Surinaamse Postspaarbank (SPSB). Het onderzoek wijst volgens het OM op een systeem waarbij staatsgelden buiten de reguliere begrotings- en controlestructuren zouden zijn aangewend. Daarbij wordt gesproken over mogelijke fraude, misbruik van bevoegdheden en het omzeilen van toezicht. 

Nurmohamed: onderzoek naar woningbouwproject

Voormalig minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed wordt in verband gebracht met mogelijke onregelmatigheden rond het Pan American Real Estate (PARE) woningbouwproject voor lage inkomensgroepen. Het onderzoek richt zich onder meer op financiële afspraken en betalingen rond infrastructurele werkzaamheden en de uitvoering van het project. Volgens het OM is er een redelijk vermoeden van strafbare feiten zoals valsheid in geschrifte, oplichting en mogelijk misbruik van bevoegdheden. 

Somohardjo: misbruik van middelen en aanbestedingen
In het onderzoek naar voormalig minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo wordt onder meer gekeken naar het mogelijk inzetten van personeel, materieel en middelen van het ministerie voor partijpolitieke of privédoeleinden. Daarnaast zou er sprake zijn geweest van het bevoordelen van een bevriend bouwbedrijf bij opdrachten en betalingen vanuit het ministerie. Het OM stelt dat hierdoor mogelijk overheidsgelden onrechtmatig zijn gebruikt. 

Beslissing ligt bij DNA
Met de ingediende vorderingen vraagt het OM het parlement om de drie voormalige bewindslieden in staat van beschuldiging te stellen, zodat een gerechtelijk vooronderzoek en eventuele vervolging kan plaatsvinden.

De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij De Nationale Assemblee, die volgens de wet moet beoordelen of er voldoende gronden zijn om de strafrechtelijke procedure tegen de voormalige ministers toe te laten.

U kunt de documenten hier downloaden. 


Documenten: