Het Openbaar Ministerie (OM) krijgt voor het dienstjaar 2026 een begroting van ruim SRD 256,7 miljoen, waarvan het overgrote deel bestemd is voor salarissen en personeel gerelateerde kosten. Dat blijkt uit het Financieel Jaarplan 2026 dat deel uitmaakt van de begrotingsstukken die de regering intussen via een nota van wijziging bij de staatsraad heeft ingediend. 

Van het totale budget gaat SRD 206,9 miljoen naar lonen en salarissen en nog eens SRD 22,4 miljoen naar sociale premies. Samen vertegenwoordigen deze uitgaven ruim SRD 229 miljoen, oftewel bijna 89 procent van de totale begroting. Daarmee blijft slechts een beperkt deel van het beschikbare budget over voor operationele werkzaamheden, investeringen en de verdere professionalisering van de organisatie.

Uit de begroting blijkt dat het OM voor 2026 uitgaat van een uitbreiding van het personeelsbestand. De organisatie noemt zichzelf nog in ontwikkeling en geeft aan behoefte te hebben aan specifieke functies die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar wettelijke taken. 
Binnen de salarisbegroting vormen de vaste salarissen met SRD 156,6 miljoen de grootste post. Daarnaast zijn onder meer middelen opgenomen voor vakantiegeld, overwerk, bonussen en gratificaties, persoonlijke toelagen, waarnemingstoelagen, representatievergoedingen en vervoersvergoedingen.

Voor sociale premies wordt ruim SRD 22,4 miljoen uitgetrokken. Daarvan gaat SRD 10 miljoen naar werkgeverslasten voor pensioenen en ruim SRD 12,4 miljoen naar bijdragen aan het Staatsziekenfonds. Voor goederen en diensten reserveert het Openbaar Ministerie in 2026 een bedrag van SRD 20,7 miljoen. Dit budget moet de dagelijkse operationele werkzaamheden ondersteunen. De grootste uitgaven binnen deze categorie zijn; huur van gebouwen en terreinen: SRD 3 miljoen; kantoorbenodigdheden: SRD 1,5 miljoen; onderhoud van gebouwen: SRD 1 miljoen; onderhoud van voertuigen: SRD 750.000; buitenlandse dienstreizen: SRD 750.000; telefoonkosten: SRD 750.000 en Elektriciteit: SRD 1,5 miljoen. Volgens de toelichting in de begroting zijn deze middelen noodzakelijk voor de ondersteuning van onderzoeken, vervolgingen, administratieve processen en de dagelijkse bedrijfsvoering van het vervolgingsapparaat. 

Voor investeringen wordt slechts SRD 2,5 miljoen uitgetrokken. Daarvan is SRD 1,5 miljoen bestemd voor inventaris, waaronder computers, kantoorinrichting en meubilair; SRD 1 miljoen gereserveerd voor de aanschaf van een bus voor transportdoeleinden. Het OM merkt op dat de groei van het personeelsbestand en de uitbreiding van werkzaamheden investeringen in apparatuur en transport noodzakelijk maken.
Naast de reguliere werkzaamheden trekt het Openbaar Ministerie SRD 1,575 miljoen uit voor programma's gericht op de verdere ontwikkeling van de organisatie. Het grootste deel hiervan, SRD 1,5 miljoen, is bestemd voor professionalisering van de parketorganisatie. Volgens de begroting gaat het onder meer om trainingen op het gebied van criminaliteitsbestrijding en beleidsontwikkeling. Daarnaast wordt een bewustwordingsproject gefinancierd met middelen van UNICEF. Voor dit project is SRD 75.000 opgenomen.

Inkomsten 
Tegenover de uitgaven verwacht het Openbaar Ministerie in 2026 ontvangsten van SRD 29,3 miljoen. Het grootste deel daarvan komt uit; fiscale boeten en vervolgingskosten: SRD 14,3 miljoen en diverse boeten en transacties: SRD 14,25 miljoen. Verder wordt een UNICEF-donatie van SRD 500.000 verwacht voor de uitvoering van een bewustwordingsproject.

De begroting laat zien dat het Openbaar Ministerie vooral een personeel intensieve organisatie blijft. Hoewel het budget in absolute zin aanzienlijk is, gaat bijna negen van elke tien begrotingsdollars naar lonen, salarissen en sociale lasten. 
Voor investeringen, modernisering, opleiding en andere ontwikkelingsactiviteiten resteert daardoor slechts een relatief klein deel van het totale budget. Tegelijkertijd verwacht het OM dat verdere professionalisering noodzakelijk blijft om de toenemende complexiteit van criminaliteitsbestrijding en vervolging adequaat het hoofd te bieden.